De lift van de VvE. Keuren, onderhouden en de vraag of de begane grond meebetaalt
Gepubliceerd op
Op de lift hangt een kenmerk met een datum, en dat kleine plaatje is het halve verhaal. Hoe vaak de keuring echt moet (niet jaarlijks), wat het liftboek is, waarom de wet niets over onderhoudsbeurten zegt, en het eerlijke antwoord op de vraag of de begane grond mag stoppen met meebetalen.
Ga eens in de liftkooi staan en kijk rond. Ergens zit een kenmerk met de herkeuringstermijn erop, en die vertelt wanneer de volgende keuring uiterlijk moet zijn gebeurd. De wet schrijft voor dat dat kenmerk op een duidelijk zichtbare plaats op de lift zit. Voor het bestuur is dat plaatje het begin van het hele liftdossier, want de lift is de installatie waarover de meeste halve waarheden rondgaan. Jaarlijks keuren, wettelijk verplicht onderhoud vier keer per jaar, de begane grond hoeft niet mee te betalen. Geen van de drie klopt zoals hij klinkt.
De keuring, en hoe vaak die echt moet
De regels staan in het Warenwetbesluit liften 2016, en die tekst is al jaren ongewijzigd. Een lift wordt uiterlijk twaalf maanden na de eerste ingebruikneming gekeurd, en daarna telkens na ten hoogste achttien maanden. Niet jaarlijks dus, al mag het vaker, bij ernstige gebreken kan de keurende instantie zelf een kortere termijn opleggen, en blijft de lift in gebruik terwijl het complex bouwplaats is, dan is de termijn drie maanden. Die instantie heet voluit een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, aangewezen door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; je liftbedrijf of beheerder weet welke instantie jullie lift keurt. Na goedkeuring hangt zij het kenmerk met de herkeuringsdatum in de lift, en op verzoek geeft zij een certificaat van goedkeuring af. Vraag dat certificaat op, want het komt niet vanzelf. Er hoort ook een liftboek bij de lift, in het Nederlands, en dat is iets anders dan het logboek dat het onderhoudsbedrijf bijhoudt. Het liftboek en het certificaat zijn wettelijk, het logboek is een afspraak uit het contract. En wie denkt dat een verlopen keuring alleen een formaliteit is, leest de wet er maar op na. Een lift die niet aan het besluit voldoet mag niet worden gebruikt, en een afgekeurde lift moet zo buiten gebruik worden gesteld dat geen gebruiker hem weer aan kan zetten, met vergrendelde deuren en een duidelijk opschrift. Nog een detail dat vaak wordt gemist, na elke reparatie of wijziging hoort een nieuwe keuring vóór de lift weer in gebruik gaat.
Onderhoud, wat de wet wel en niet eist
Over onderhoud is de wet verrassend stil. Er staat één norm, de lift moet in goede staat van onderhoud verkeren, en die plicht rust op wie de lift voorhanden heeft; in een appartementencomplex is dat de vereniging, want de lift is een gemeenschappelijke zaak. Een verplicht aantal onderhoudsbeurten per jaar bestaat niet; de frequenties in de wet gaan over de keuring, niet over het onderhoud. Dat maakt het onderhoudscontract belangrijker dan de meeste besturen beseffen, want de markt kent geen vaste contractvormen en elk bedrijf bakent zijn eigen begrippen af. Vergelijk offertes daarom niet op de naam van het contract maar op vijf vragen. Zit de periodieke keuring erin of factureert de keuringsinstantie apart? Wie regelt de keuring na een reparatie? Wie beheert het liftboek en waar ligt het? Welke onderdelen zijn van vervanging uitgesloten, en wat is de reactietijd als er iemand vastzit? En verlengt het contract stilzwijgend, met welke opzegtermijn? Dat laatste luistert nauw; hoe looptijd en stilzwijgende verlenging voor een vereniging uitpakken, lees je in ons artikel over de contracten van de VvE. Bedragen noemen we hier bewust niet. De prijs hangt af van het type lift, het aantal stopplaatsen en de staat van de installatie, opgaven van aanbieders lopen ver uiteen, en een vereniging die drie offertes vergelijkt weet meer dan elk richtbedrag kan vertellen.
Wie betaalt, en het eerlijke antwoord over de begane grond
De lift is in elk modelreglement dat hem noemt gemeenschappelijk, en in de modellen van 2006 en 2017 staan de liftmachines en de lift- en leidingschachten daar met zoveel woorden naast; het model voor kleine VvE's van 2021 noemt de lift niet eens en verwijst volledig naar de akte. De hoofdregel is daarmee onvermijdelijk. Iedereen draagt bij naar breukdeel, ook wie op de begane grond woont en de lift nooit gebruikt. De beroemde uitzondering voor wie geen voordeel trekt bestaat wel, maar hij is veel smaller dan de borrelversie. Hij staat alleen in de modellen van 1972, 1973 en 1992, hij geldt alleen bij het aanbrengen van nieuwe installaties en verbouwingen, en dus juist niet bij het onderhoud van de bestaande lift. In het model van 1983 ontbreekt hij helemaal, en vanaf 2006 is hij vervangen door iets anders, een vrijstelling kan daar alleen als het reglement in de akte het gebruik van de lift uitdrukkelijk aan een appartement onthoudt. Een kantonrechter oordeelde in 2018 wel dat de lift niet dienstbaar was aan de begane grond, maar daar viel drie keer iets samen, de akte bevatte een eigen dienstbaarheidsclausule, er was geen met de lift bereikbare kelder, en het ging om een verklaring voor recht over die dienstbaarheid, niet om een herverdeling van de breukdelen. Dat oordeel bindt geen andere VvE. Staat er in jouw akte niets bijzonders, dan betaalt de begane grond gewoon mee. Wil een vereniging dat voor de bestaande lift anders, dan moet die uitsluiting in het reglement in de akte staan, en dat betekent de akte wijzigen; een gewoon vergaderbesluit is daarvoor niet genoeg. Andersom geldt bij het plaatsen van een lift in een complex dat er geen heeft dat de vergadering onder het model van 2006 de kostenverdeling bij hetzelfde besluit moet vastleggen en in het huishoudelijk reglement moet opnemen, en dat het model van 2017 een vangnet heeft, zonder eigen afspraak betaalt iedereen naar breukdeel.
Moderniseren of vervangen
Een goedgekeurde lift is niet hetzelfde als een moderne lift. De keuring toetst aan de eisen die golden toen de lift werd gebouwd, met overgangsregels die teruggaan tot een norm uit 1950, dus een lift uit 1975 kan keurig door de keuring komen en toch ver achterlopen op wat nieuw is. Voor het verbeteren van bestaande liften bestaat een Europese norm die beschrijft hoe je stap voor stap naar het veiligheidsniveau van een nieuwe lift groeit, maar die norm is in Nederland een aanbeveling en geen plicht. Een wettelijke levensduur is er evenmin; de branche houdt grofweg vijftien tot vijfentwintig jaar aan voordat moderniseren of vervangen in beeld komt, maar de echte maat is de staat van jullie eigen lift, en die blijkt uit de keuringsrapporten en het meerjarenonderhoudsplan. Reserveer daar dus ruim op tijd voor, en reken bij elke verbetering meteen op de keuring die na de werkzaamheden verplicht is.
Drie misverstanden op een rij
- Een lift moet jaarlijks gekeurd worden. De wettelijke termijn is uiterlijk twaalf maanden na ingebruikneming en daarna telkens ten hoogste achttien maanden. De keuringsinstantie kan bij ernstige gebreken een kortere termijn opleggen.
- De wet schrijft voor hoe vaak de lift onderhouden wordt. Nee, de wet eist alleen een goede staat van onderhoud. Hoe vaak de monteur komt, staat in het contract, en juist daarom moet je dat contract scherp vergelijken.
- De begane grond hoeft niet mee te betalen. Alleen als de akte dat regelt. De uitzondering voor wie geen voordeel trekt geldt in drie van de zeven reglementsgeneraties, en dan alleen bij nieuwe installaties, niet bij onderhoud.
Zo helpt SamenVvE
Het liftdossier is bij uitstek iets dat je niet in hoofden wilt bewaren. In SamenVvE staat de lift als post in het meerjarenonderhoudsplan, met jaar, bedrag en cyclus, en het portaal rekent daaruit de jaarlijkse dotatie aan het reservefonds en het eerste jaar waarin de spaarpot tekortschiet. De keuringsdatum zet het bestuur als taak klaar met een verantwoordelijke erbij; die krijgt vanzelf een herinnering per mail als de datum nadert, zodat hij niet in de notulen blijft hangen. Het onderhoudscontract leg je vast met einddatum en opzegtermijn, zodat de stilzwijgende verlenging niet meer ongezien passeert, en het certificaat van goedkeuring bewaart het bestuur gewoon in de documentenkluis.
Bronnen bij dit artikel
- Warenwetbesluit liften 2016, artikelen 2, 18, 19, 21, 22 en 25. De keuringstermijnen van twaalf en achttien maanden, het zichtbare kenmerk met de herkeuringstermijn, het certificaat op verzoek, het liftboek in het Nederlands, de resultaatsnorm voor onderhoud, het gebruiksverbod en de eisen aan het buiten gebruik stellen van een afgekeurde lift.
- Warenwetbesluit liften 2016, artikelen 35 tot en met 39. De overgangsbepalingen per bouwjaar, waardoor de keuring toetst aan de eisen die voor die lift golden.
- Nederlandse Arbeidsinspectie over liften. De aanwijzing van de keurende instanties door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het toezicht op het stelsel.
- De zeven modelreglementen bij splitsing, via notaris.nl, waaronder 2006, 2017 en 1992. De lift als gemeenschappelijke installatie, de bijdrageplicht naar breukdeel en de smalle vrijstellingsroutes per generatie.
- Kantonrechter Rotterdam, 2 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9520. De zaak waarin de lift niet dienstbaar was aan de begane grond, dankzij een dienstbaarheidsclausule in de akte en het ontbreken van een met de lift bereikbare kelder.
- NEN-EN 81-80:2019. De Europese aanbevelingsnorm voor het verbeteren van de veiligheid van bestaande liften, in Nederland niet verplicht.